Studentenorganisatie ISO en scholierenvakbond LAKS presenteerden deze zomer in samenwerking met de Tweede Kamerleden van de VVD, de PvdA en het CDA  tien ambities om de overgang van het voortgezet onderwijs naar het hoger onderwijs te verbeteren en uitval te voorkomen. Hierbij wat aantekeningen (schuin gearceerd) bij de studiekeuzechecklist “Aanval op Uitval”

Verbeterpunten voor het voortgezet onderwijs

Het is goed als de nadruk ligt op LOB in het voortgezet onderwijs. Daar is waar het thuishoort

  1. Alleen gekwalificeerde loopbaan-docenten voor de klas Docenten die scholieren helpen bij hun loopbaanoriëntatie (LOB) moeten daarvoor opgeleid zijn. Dat kan bijvoorbeeld met een korte cursus waarbij docenten leren hoe jongeren het beste keuzes kunnen maken. Hierdoor herkennen docenten beter de talenten en drijfveren van hun scholieren en kunnen zij hen beter adviseren over hun studiekeuze.
    Om alle mentoren op te leiden is erg kapitaalintensief. Voor veel mentoren zal bovendien gelden dat hun hart niet bij het LOB ligt. Hun taak is op dit moment al erg zwaar voor die uren die beschikbaar zijn per leerling. Is het dan niet beter de tijd voor de decaan uit te breiden of mensen in te schakelen die hier meer gespecialiseerd in zijn. Communicatie tussen mentor, decaan en vakdocent blijft natuurlijk noodzakelijk
  2. Landelijke eisen aan loopbaanbegeleiding Elke leerling verdient goede begeleiding bij zijn studiekeuze. Door dit in de eindexameneisen van het middelbaar onderwijs vast te leggen, moet elke school hieraan voldoen. Aan de andere kant verplicht het scholieren om zich goed voor te bereiden op hun studiekeuze. In het vmbo kunnen scholen de begeleiding zo vormgeven dat scholieren een snuffelstage volgen bij een lokale onderneming of zorginstelling ter voorbereiding op het mbo.Betrokkenheid ouders ook veilig stellen, bv half jaarlijkse rapportage of online inzicht.
  3. Elk vak legt verband met een vervolgopleiding en latere loopbaan Binnen elk eindexamenvak moet er niet alleen oog zijn voor de inhoud van het centraal eindexamen, maar ook voor wat de relevantie is voor een vervolgopleiding of de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld door tijdens de geschiedenisles een schrijver uit te nodigen die geschiedenis heeft gestudeerd of tijdens de natuurkunde les een ingenieur uit te nodigen en te laten vertellen over het nut van hun studie.
    Voor MBO en HBO relevant voor Universitair is dit lastiger omdat richting en beroep dan vaak nog niet vaststaan.
  4. Middelbare scholen weten hoe hun alumni het doen Middelbare scholen moeten inzichtelijk maken hoe hun alumni het in het vervolgonderwijs doen. Feedback van hen zal leiden tot betere LOB waar nieuwe generaties van profiteren.
    Het vervolgonderwijs is al bezig de resultaten van alumni op universiteiten en hbo’s  in kaart te brengen.
  5. Decanen en mentoren kennen het vervolg onderwijs Decanen en mentoren moeten goed weten wat het vervolgonderwijs te bieden heeft en op welke wijze het vervolgonderwijs de studiekeuze van scholieren bevordert aan de hand van open dagen en de studiekeuzecheck. Instellingen in het vervolgonderwijs moeten deze informatie goed toegankelijk voor hen maken
    Wij zien hier dus meer een taak voor decanen omdat het een grote tijdsinvestering vergt om op de hoogte te blijven. Verder helemaal mee eens, waarbij een hartenkreet:
    – Totaal overzicht van alle selectiestudies, dus fixus studies en overige selectiestudies (bv academische pabo, UCU’s, PPLE, bestuurs en organisatiewetenschappen, business admininistration, kunstacademies, conservatoria, hotelscholen etc.)
    – Overzicht van deadlines voor de inschrijvingen. (Er zijn veel verschillende data buiten 15 januari en 1 mei, ook voor het MBO)

Verbeterpunten voor het hoger onderwijs

  1. Studiekeuzeactiviteiten voldoen aan een landelijke norm In overleg met het vervolgonderwijs, moet er een landelijk kader voor de opzet van studiekeuzechecks worden ontwikkeld. Bij een studiekeuzecheck moet een aankomende student in ieder geval het volgende kunnen verwachten:
    – De student maakt op een realistische manier kennis met de inhoud en de opzet van een opleiding.
    – De student kan vrijuit spreken met studenten en docenten van de opleiding.
    – De student krijgt eerlijke informatie over het toekomstperspectief van de opleiding.
    De studiekeuzecheck wordt soms gepresenteerd alsof het om een selectie gaat in plaats van om een kennismaking. Het moet duidelijk zijn of je op grond van de studiekeuzecheckresultaten Wel of niet wordt toegelaten tot de opleiding.
  1. Uit de studiekeuzecheck volgt een persoonlijk advies De studiekeuzecheck moet resulteren in een persoonlijk advies met een persoonlijke motivatie. Ook moet de aankomende student de mogelijkheid krijgen om kritische vragen aan de opleiding te stellen. De studiekeuzecheck is tweerichtingsverkeer: niet alleen de opleiding checkt de student, maar de student checkt ook zijn toekomstige opleiding.
    Als de studiekeuzecheck bestaat uit een test of een examen dan moeten het resultaat in een persoonlijk gesprek worden doorgenomen.
  1. Oprichting van een expertisecentrum gespecialiseerd in studiekeuzeactiviteiten Er moet een expertisecentrum komen waar onderwijsinstellingen terecht kunnen voor advies om hun studiekeuzetraject te verbeteren. Het expertisecentrum verzamelt good practices en is dé expert omtrent studiekeuze: van de juiste voorlichting op de middelbare school tot het vormgeven van de studiekeuzecheck op de hogeschool of universiteit.
  1. Elke opleiding een zichtbare en correcte studiebijsluiter De studiebijsluiter, met daarin o.a. informatie over het arbeidsmarktperspectief, krijgt een niet te missen plek in de informatievoorziening voor studiekiezers en moet dus duidelijk en prominent op websites zichtbaar worden.
  2. Continue doorontwikkeling studiekeuzecheck Het hoger onderwijs moet worden aangezet tot continue verbetering van de studiekeuzeactiviteiten. Dit is mogelijk doordat we meer leren op basis van ervaringen en nieuwe wetenschappelijke inzichten. Op die manier worden de adviezen aan studenten steeds beter en persoonlijker.
    De studiekeuzecheck moet natuurlijk wel opleiding specifiek zijn, anders hoort het toch echt thuis in het voortgezet onderwijs.

Christien Pino
“Ik kies een studie die mij past” Bureau voor studiekeuze.